Erkenning voor structureel muziekonderwijs

Wijchen en Beuningen: trots op de Méér Muziek in de Klas Bokaal

Als eerste gemeenten ontvingen Wijchen en Beuningen in juni de ‘Méér Muziek in de Klas Bokaal’. De bokaal is een erkenning voor regio’s die muziekonderwijs structureel hebben verankerd op hun basisscholen. In Wijchen en Beuningen is dat onderwijs op een bijzondere manier georganiseerd, met een samenhangend pakket binnen- en buitenschoolse lessen. Hoe is dat van de grond gekomen, en wat kunnen andere regio’s leren van dit initiatief? Een gesprek met coördinatoren Anne-Marie Dennissen en Anke van Workum.

Wie is wie? De gemeenten Wijchen en Beuningen hebben samen een regionaal coördinatiepunt voor cultuureducatie: het Cultuurknooppunt Wijchen-Beuningen. Anne-Marie Dennissen (Wijchen) en Anke van Workum (Beuningen) coördineren vanuit het knooppunt onder meer het muziekonderwijs voor de basisschoolkinderen in alle aangesloten dorpen.

Hoe is het muziekonderwijs in Wijchen en Beuningen van de grond gekomen?

Anne-Marie: ‘Muziek in de klas begon ooit als samenwerkingsproject van verschillende gemeenten in de regio en de lokale muziekschool. Dat initiatief was succesvol, maar toen werd de muziekschool opgeheven. Van de deelnemende gemeenten wilden alleen Wijchen en Beuningen verder met muziekonderwijs, maar ze waren te klein om zelfstandig een muziekschool te financieren. In eerste instantie heeft de gemeente Wijchen naar een alternatief gezocht. Dat mondde uit in een structurele subsidie om muzieklessen op alle basisscholen mogelijk te maken. Daarbij zijn docenten van de muziekschool omgeschoold om ook binnenschools les te kunnen geven, als vakdocent muziek.’ De gemeente Beuningen heeft in een later stadium ook voor dit traject gekozen.


Hoe zijn de lessen vormgegeven?

Anne-Marie: ‘Alle kinderen in de middenbouw krijgen structureel muziekles, verzorgd door een muziekvakdocent. In Wijchen gaat het om veertien scholen, in Beuningen om negen scholen. Naast die lessen zijn er naschoolse muziekprojecten in samenwerking met muziekverenigingen. Beide worden door de gemeenten gesubsidieerd.’


Anke: ‘Het budget verschilt wel: in Wijchen is dat toereikend om de kinderen iedere week muziekles van een vakleerkracht aan te bieden, in Beuningen is dat eenmaal in de twee weken. In de andere week is het de bedoeling dat de groepsleerkracht de muziekles verzorgt, de ‘echoles’.


Hoe zien de buitenschoolse lessen eruit?

Anne-Marie: ‘We werken met leerorkesten: elk orkest is gekoppeld aan een muziekvereniging. In totaal gaat het om vijf orkesten in Wijchen en drie in Beuningen. Kinderen leren samen spelen en krijgen de kans zich te ontwikkelen binnen het orkest. Ik zie zelf hoe het werkt in Weurt, waar ik lid ben van een muziekvereniging. Er spelen nu zo’n twintig kinderen mee, dus dat is best veel voor een klein dorp. Nu we zo’n vier jaar bezig zijn met de leerorkesten, zien we ook dat de eerste kinderen doorstromen binnen de vereniging, naar het grote orkest. Enkele kleinere scholen in dorpen die op grotere afstand liggen van de kerngemeenten, maken minder gebruik van het buitenschoolse aanbod. Zij vormen hierin een uitzondering.’

Hoe zorgen jullie voor samenhang tussen binnenschoolse en naschoolse muziekles?

Anke: ‘Het idee is dat de buitenschoolse lessen aansluiten op de leerlijn van het regulier muziekonderwijs in groep 4 en 5. In groep 5 maken de leerlingen bijvoorbeeld al kennis met verschillende instrumentgroepen. Vanaf groep 6 kunnen ze zich dan in de buitenschoolse lessen verdiepen in het instrument van hun keuze. Dat werkt goed: ze kunnen naschools gelijk met hun eigen instrument aan de slag. Door de lessen op school hebben ze al iets bereikt; ze hebben de lastige eerste periode van beginnen en doorzetten al achter de rug.’


Zijn er verschillen in het muziekonderwijs tussen Wijchen en Beuningen?

Anke: ‘In Wijchen worden de lessen wekelijks gegeven, in Beuningen tweewekelijks. Dat betekent wel dat je gedreven leerkrachten nodig hebt om in de tussenliggende week opnieuw iets met muziek te doen. Anders worden gaten al gauw opgevuld met andere lessen. Leerkrachten zijn zeker niet onwelwillend, maar het rooster zit vol en de druk is hoog. In Wijchen zit er meer continuïteit in het rooster.’


Wordt alles bekostigd vanuit de gemeentelijke subsidie?

Anne-Marie: ‘De gemeente subsidieert het muziekonderwijs en de structurele buitenschoolse projecten. Aanvullend maken we gebruik van subsidie van Cultuureducatie met Kwaliteit om de projecten mee te versterken. Bijvoorbeeld om muziekboeken, een methode of instrumenten aan te schaffen.’ De gemeente faciliteert de instrumenten voor de binnenschoolse lessen.


Anke: ‘De aanvullende middelen van de subsidie van Cultuureducatie met Kwaliteit zetten we ook in voor de groepen die vallen buiten de reguliere muzieklessen, bijvoorbeeld om de kleutergroepen en de bovenbouw iets extra’s aan te bieden. Omdat we weten dat de Cultuureducatie-subsidie tijdelijk is, investeren we in materiaal en lessen. Wanneer dat eenmaal beschikbaar is voor de school, is het gemakkelijker om de leerlijn uit te bouwen naar onder en boven.’


Leerorkesten hebben veel instrumenten nodig. Hoe is dat geregeld?

Anne-Marie: ‘Wijchen heeft een eigen instrumentenbank met tientallen blaasinstrumenten, gitaren en keyboards, het hele arsenaal. Fondsen en donaties zijn nodig voor het onderhoud van de instrumentenbank; er moet natuurlijk regelmatig wat gerepareerd worden. In Beuningen worden de instrumenten gebruikt die beschikbaar zijn bij de verenigingen.’


Als jullie terugkijken op de oude situatie, de samenwerking met de muziekschool, wat zijn dan de verschillen?

Anne-Marie: ‘Jaren geleden, toen ik zelf op de muziekschool werkte, was daar één orkestje met 15 kinderen voor heel Wijchen. Nu zijn er vijf leerorkesten, dus het aantal kinderen dat samen muziek maakt is aanzienlijk hoger. Het verschil is wel dat het aanbod nu gericht is op muziekverenigingen: kinderen die bijvoorbeeld viool of piano willen spelen, vallen buiten de boot. Maar daar staat tegenover dat nu álle kinderen algemene muzikale vorming onder schooltijd krijgen. We bereiken 1215 kinderen in Wijchen en 550 kinderen in Beuningen. Het aanbod is dus anders dan op de muziekschool, maar het bereik is wel veel groter.’


Anke: ‘Er is nu meer expertise op school aanwezig. Voorheen was muziekonderwijs afhankelijk van de gedrevenheid van de leerkracht, heel vaak bleef de muziekmethode op de plank staan. Muziekonderwijs is nu een vast onderdeel in het rooster geworden en leerlingen ervaren de mogelijkheden van de verschillende facetten van muziek dankzij de vakleerkrachten en het materiaal waarmee gewerkt wordt.’



Succesfactoren volgens Wijchen-Beuningen

‘Zorg voor een goed en groot netwerk.’

‘Als je op iedere school een coördinator hebt, kun je korte lijntjes houden tussen scholen, gemeente, muziekverenigingen en de koepels van muziekverenigingen. Onderhoud de contacten, zorg dat je goed van elkaar op de hoogte bent en blijft.’

‘Ga de boer op.’

‘Wij zorgen ervoor dat de leerorkesten goed zichtbaar zijn: door optredens in de wijk, maar ook binnen de scholen en voor de ouders. Houd mensen op de hoogte, ook via social media. En zorg dat je in beeld blijft bij de politiek en de subsidieverstrekker. Het zorgt voor betrokkenheid en het helpt om ervoor te zorgen dat muziek steeds op de agenda blijft staan.’


Deel artikel:

Lees ook:

Bekijk de stand in het land

Wat is Méér Muziek in de Klas Lokaal?
Waarom dit Handboek?

Méér Muziek in de Klas

Sarphatikade 22-1

1017 WV AMSTERDAM

info@meermuziekindeklas.nl

020 - 82 04 730

Op de hoogte blijven? Schrijf je in voor de nieuwsbrief!